zondag 14 november 2010

1: Die van de verloren portemonnee en het gevolg daarvan waar nog nooit iemand een schepje bovenop heeft kunnen doen

Ik ken iemand die anekdotes verzamelt. Naar eigen zeggen is de verzameling inmiddels zó groot dat je ook zou kunnen beweren dat hij uit de hand is gelopen, en dat is opmerkelijk, want een voorwaarde voor iedere anekdote is dat de verzamelaar er zelf een rol in speelt. Met andere woorden: de anekdotes in de verzameling zijn niet "van horen zeggen", maar van "nou ja ik was dus daar-en-daar en weet je wat er toen gebeurde?" Het schijnt dat deze persoon over wie ik het nu heb soms zelfs dingen heeft gedaan omwille van zijn verzameling, dingen waar hij eigenlijk geen zin in had, maar hij deed ze toch, "voor de anekdote".

Een voorbeeld van een anekdote uit zijn collectie is de volgende: de persoon in kwestie was in Zimbabwe beland voor één of andere klus als freelance journalist. In Zimbabwe, dat helaas nog steeds in de ban is van de gruwelijke president Mugabe, ontmoette hij een meneer die van zijn voornaam "Hitler" heette. Tegen onze Europese verwachtingen in bleek de man bijzonder content met zijn voornaam; hij was er zelfs tróts op dat hij door zijn ouders was vernoemd naar die grote leider die toch zoveel voor zijn eigen ras betekend had ("Dat doet Mugabe voor ons"). In zijn dagelijks leven in Zimbabwe vormde Hitler's voornaam dan ook geen enkel probleem. Helaas kwam hij op een gegeven moment op het idee om een bepaalde studie te gaan volgen, een studie die alleen beschikbaar was aan een universiteit... in Polen. Toen werd uiteraard een naamsverandering noodzakelijk. Volgens de verzamelaar viel de keuze uiteindelijk op "Samuel".

Ik ben zelf nooit naar Zimbabwe gereisd en ik heb ook nog nooit iemand ontmoet die van zijn voornaam "Hitler" heette (ik ben wel in Turkije geweest en daar is "hitler" een gewoon woord, namelijk het meervoud van "hit", en dat betekent "hond"... uiteindelijk dekt het woord dus wel de lading), maar ik heb wél anekdotes, en soms best goeie ook, al zeg ik het zelf. In navolging van de anekdoteverzamelaar die ik ken, heb ik dan ook besloten om de anekdotes waarin ik zelf één of andere rol speel te verzamelen, en dat zal ik doen door ze op te schrijven.

Ik wil graag beginnen met mijn oudste anekdote die ik ook al honderd keer verteld heb (want hij doet het altijd goed), namelijk die van de verloren portemonnee en het gevolg daarvan waar nog nooit iemand een schepje bovenop heeft kunnen doen.


Die van de verloren portemonnee en het gevolg daarvan waar nog nooit iemand een schepje bovenop heeft kunnen doen

In het buitenland zeg ik altijd dat ik uit Amsterdam kom zodat ik geen "Nederland" hoef te zeggen (dat klinkt namelijk minder hip), maar mijn ouderlijk huis staat in Zeeland dus eigenlijk vertel ik dan een halve leugen. Op een zomer was ik een paar weken in mijn ouderlijk huis in Zeeland om daar op (wijlen) de kat te passen, zodat mijn ouders en broer zonder schuldgevoelens door het Spaanse land konden trekken. Op een dag besloot ik om, met het idee van een "nostalgisch uitje", de bus te nemen naar de stad die het decor had gevormd achter mijn volledige middelbareschooltijd. Tegen dit decor raakte ik mijn portemonnee kwijt, een nare gebeurtenis waarvan ik echter pas bij terugkomst in het ouderlijk huis kennis nam. In mijn portemonnee zat niet alleen wat geld, maar ook mijn pinpas en mijn identiteitskaart, twee onmisbare stukjes plastic die je zéker nodig hebt als je over twee weken zélf naar Spanje gaat en die je tot overmaat van ramp alleen kunt her-aanvragen als je het andere pasje bij je hebt. Een hectische tijd brak aan, waarin ik heen-en-weer reisde tussen Zeeland en Amsterdam, papieren van hier naar daar moest brengen, oude zakgeldreservoirs moest aanbreken om aan treinkaartjes te komen, en passant bijna de kat liet uitdrogen (ik had wel brokjes in het voederbakje gedaan maar niet aan het water gedacht), maar uiteindelijk had ik mijn documentatie in orde vlak voordat ik de trein naar Barcelona instapte.

Ik was een jaar of 20 en maakte die zomer mijn Interrail-reis. Drie weken lang suisde ik over Spaans ijzer, mijn enige stressmomenten betroffen nog de vertrektijden van de Intercity, of dit toch wel het goede perron was, en of we toch nog wel zo laat konden inchecken in het hostel. De verloren portemonnee hield me allang niet meer bezig, tot ik op een computer in Valencia eens mijn studenten-e-mail opende en daar een bericht vond dat door iemand van het zogenaamde Service & Informatiecentrum aan mij was getypt. Mijn portemonnee was gevonden en naar de UvA gestuurd (ik droeg ten tijde van het verlies geen persoonlijk adres bij me, maar wel mijn collegekaart met daarop "Spui 21, 1012 WX, Amsterdam"). Ik was natuurlijk blij verrast en antwoordde dat ik graag de adresgegevens van de eerlijke vinder zou ontvangen, zodat ik deze goede persoon een bedankansichtje uit Spanje kon sturen. Het Service & Informatiecentrum raadde mij dit echter af, er zat namelijk nog een brief bij de portemonnee en "het was beter als ik die eerst las".

Na een tijdje en heel veel andere anekdotes was ik weer terug in Amsterdam en besloot mijn portemonnee op te halen. Toen ik me bij de balie van het Service & Informatiecentrum van de UvA meldde en aangaf wat de reden was van mijn bezoek, krulden de mondhoeken van de receptionist zich omhoog: "De portemonnee met de brief? Alsjeblieft!" Het klonk verontrustend geamuseerd.

Flink achterdochtig geworden vouwde ik meteen bij het verlaten van het Service & Informatiecentrum de brief open. Het viel me direct op dat het papier dat ik in mijn handen had een A4'tje was dat aan twee kanten helemaal vol was geschreven. Ik begon te lezen: een behoorlijk taaie, archaïsche tekst was het, waarin de schrijver me vertelde hoe hij mijn portemonnee had gevonden in een bus in Zeeland, op mijn pasjes en kaartjes foto's van mij had gezien en op slag verliefd op me was geworden, wat hem overigens best goed uitkwam want hij kwam helemaal uit Rusland, was inmiddels al 30 jaar, en voelde zich erg alleen. Toen ik nog eens een blik wierp op mijn portemonnee concludeerde ik dat de Rus niet alleen twee kantjes aan mij had geschreven, maar ook de kapotte rits van het geldvakje had gemaakt, mij een bonus- en strippenkaart cadeau had gedaan, het muntgeld had omgewisseld voor briefjes om zo voor minder gewicht te zorgen, en het rode leder had versierd met een glitter.

Ik heb mijn Kaukasische aanbidder nooit een antwoord gestuurd.

1 opmerking: